Nederlandse middeleeuwse bronnen
Bezittingen van Fulda in Frisia
Codex Eberhardi

De onderstaande tekst in het Latijn is gebaseerd op Dronke's (1844) transcriptie van de Codex Eberhardi. Alleen de Friese excerpten zijn hier gepresenteerd (hoofdstuk 7 in Dronke's transcriptie).
De nummering van de exerpten is van de hand van Dronke, en kwam niet voor in Eberhard's handschrift. Bij excerpten die door Eberhard 'gedubbeld' zijn, heb ik het corresponderende nummer tussen haakjes gegeven.
Enkele delen van de Codex Eberhardi zijn ook gepubliceerd door Koch (OHZ, 1970). Voor die betreffende excerpten heb ik Koch's versie gevolgd voor de interpunctie, en voor correcties op Dronke's transcriptie [tussen rechte haken].
Ik heb Dronke gevolgd voor wat betreft hoofdlettergebruik, en voor afkortingen. Overigens blijkt uit een vergelijking met de afbeeldingen, dat Dronke het gebruik van afkortingen in het handschrift niet altijd letterlijk heeft gevolgd: in het handschrift wordt 'Bonifacius' soms afgekort tot 'Bonif.', soms tot 'Bon.' en soms wordt de naam voluit geschreven; Dronke heeft in zijn transcriptie steeds gekozen voor 'Bon.'. Omdat slechts van de eerste twee pagina's van het handschrift een afbeelding beschikbaar was, heb ik toch consequent Dronke gevolgd. Waarschijnlijk is het gebruik van de afkorting 'trad.' in Dronke's transcriptie wel conform Eberhard's handschrift, want dit is, voor zover viel na te gaan, ook zo door Koch weergegeven.

Nederlandse vertaling: © Kees Nieuwenhuijsen.

Bronnen
Dronke, Traditiones et Antiquitates Fuldenses, 1844, pag. 42 - 51.
Koch, Oorkondenboek van Holland en Zeeland, deel I, 1970, pag. 12 - 28.

  Descriptiones eorum qui de Frisia bona sua sco Bonifacio tradiderunt. Beschrijvingen van degenen die in Frisia hun goederen hebben geschonken aan St. Bonifatius.
1 In xpi nomine ego Hilderat filius Geldredis tradidi ad scm Bon. terram iuris mei in westerriche et mancipia XX cum omni successione prolis eorum. In Christus naam heb ik Hilderat, zoon van Geldred, aan St. Bonifatius geschonken de grond die rechtens van mij is in Westergo en 20 horigen met al hun opvolgende kinderen.
2 Ego Hilderat tradidi sco Bon. dimidiam hubam in Quirnifurt. Ik Hilderat heb aan St. Bonifatius een halve hoeve in Kornwerd geschonken.
3 Similiter ego Ratburc tradidi sco Bon. duas hubas in eadem villa, cum servis et ancillis numero XX, cum prole sua. Evenzo heb ik Ratburc aan St. Bonifatius twee hoeven in hetzelfde dorp geschonken, met een aantal van 20 slaven en slavinnen, met hun kinderen.
4 (105) Ego Gebi tradidi ad monasterium sci Bon. in pago Wirense curtilem unam cum omnibus que ad eam pertinent, terris et mancipiis, domibus et m. Ik Gebi heb aan het klooster van St. Bonifatius in de gouw Wieringen één hofstede geschonken met alles wat daartoe behoort, landerijen met horigen en huizen met horigen.
5 (106) Ego Gerwic tradidi sco Bon. terram iuris et proprietatis mee in eodem pago cum familiis et possessionibus. Ik Gerwic heb aan St. Bonifatius geschonken de grond die rechtens van mij is en mijn bezit in dezelfde gouw met inwoners en bezittingen.
6 (107) Ego Goto tradidi sco Bon. proprietatem meam in fetergewe in marca nortwaldo in villa Geinlete terre VI mansos cum mancipiis. Ik Goto heb aan St. Bonifatius geschonken mijn bezit in Federgewe in de mark Nortwaldo in het dorp Geinlete, grond met 6 verblijven met horigen.
7 (108) Ego Frigart et due filie mee Friduwic et Friburch et filius meus Rudolf dedimus ad scm Bon. ad fuldense monasterium quicquid in Hettinchetmeuelden proprium habuimus, sive in agris, sive in campis, silvis, pratis, domibus aut familiis. Ik Frigart, en mijn twee dochters Friduwic en Friburch en mijn zoon Rudolf, wij hebben gegeven aan St. Bonifacius van het klooster te Fulda al wat wij in Hettinchetmeuelden aan eigendom hadden, hetzij aan akkers, hetzij aan velden, bossen, weiden, huizen of inwoners.
8 (109) Ego Geiltrud tradidi ad monasterium sci Bon. omnem proprietatem meam in agris, silvis, et de pratis ad XX carradas feni in loco nuncupato wictulfingafurt in pago wironi et celti. Ik Geiltrud heb aan het klooster van St. Bonifatius geschonken al mijn bezit aan akkers, bossen en weiden goed voor 20 karrenvrachten hooi, in de plaats genaamd Wictulfingafurt, in de gouw Wieringen [en Celti?].
9 (110) Ego Altfrit tradidi ad scm Bon. portionem hereditas mee in locis nuncupatis wird et Sasheim. Ik Altfrit heb aan St. Bonifatius een deel van mijn erfgoed in de plaatsen genaamd Wird en Saaksum geschonken.
10 (111) Ego hera filia habonis tradidi ad monasterium sci Bon. bona mea in insula Ganc IIII hubas, in Fardincheim X pedes, cum mancipiis XX. Ik Hera, dochter van Habonis, heb aan het klooster van St. Bonifatius geschonken mijn goederen op het eiland Ganc, 4 hoeven, in Firdgum 10 voet, met 20 horigen.
11 (112) Ego Isanbald et uxor mea Sigibiren tradidi sco Bon. proprietates meas in villa Brocenlar in pago qui dicitur Uvira, hoc est quod damus terre arature quantum XL modiis conseri potest, in pratis vero XL carradas feni, totum et integrum cum familiis et possessionibus et prole eorum. Ik Isanbald en mijn vrouw Sigibiren heb aan St. Bonifatius mijn bezittingen in het dorp Brocenlar in de gouw genaamd Wieringen geschonken; dit is wat wij geven: aan landbouwgrond zoveel als met 40 mud kan worden ingezaaid, aan weiden zeker 40 karrenvrachten hooi, geheel en ongeschonden, met inwoners en hun bezittingen en kinderen.
12 (113) Ego Dietmar tradidi ad scm Bon. terram iuris nostri in villa Sutdorf in pago qui dicitur Mecinga, cum omnibus rebus mobilibus et immobilibus, pratis, agris, silvis, aquis, domibus familiis et eorum rebus. Ik Dietmar heb aan St. Bonifatius geschonken de grond die rechtens van ons is in het dorp Sutdorf in de gouw genaamd Mecinga, met alle roerende en onroerende zaken, weiden, akkers, bossen, wateren, huizen, inwoners en hun spullen.
13 (114) Ego Hunbertus tradidi ad scm Bon. quicquid mihi in regione frosonum in pago wiraha mei reliquere parentes in hereditatem, cunctamque meam possessionem, hoc est in terris, agris, pratis, pascuis, silvis, aquis, domibus ac familiis. Ik Hunbert heb aan St. Bonifatius geschonken al wat in het gebied der Friezen in de gouw Wieringen mijn ouders mij als erfenis hebben nagelaten, heel mijn bezit, te weten: landerijen, akkers, weiden, grasland, bossen, water en huizen en inwoners.
14 (115) Ego Tetta trado sco Bon. in regione fresonum in locis his, id est in Gotolfeim in texalmore, pascua XIIII pecudum et alia multa. Ik Tetta schenk aan St. Bonifatius in het gebied der Friezen op deze plek, dat is Gotolfeim, in Texalmore, een weiland voor 14 schapen en vele andere zaken.
15 (116) Ego wolfraban trado sco Bon. ad fuldense monasterium terram iuris mei in pago Tochingen in villa que dicitur waltheim, quinque boum terram cum omnibus possessionibus et familiis meis et prole eorum. Ik Wolfraban schenk aan St. Bonifatius van het klooster te Fulda de grond die rechtens van mij is in de gouw Dokkum in het dorp genaamd Waltheim, grond voor 5 runderen met al mijn bezittingen en inwoners en hun kinderen.
16 (117) Ego Gerbraht tradidi sco Bon. ad fuldense monasterium quicquid proprietatis habui in his locis id est in Austmora et in Adingamamora totum et integrum traditum esse volo sco mri Bon. Ik Gerbraht heb aan St. Bonifatius van het klooster te Fulda geschonken al wat ik in bezit had in deze plaatsen namelijk in Austmora en in Adingamora, en dat het geheel en ongeschonden zal worden geschonken aan de martelaar St. Bonifatius is wat ik wil.
17 (118) Ego Albericus de pago Mosao trado sco Bon. res quas dedit frater meus Rudinc, id est portionem dni mei Helgrici et domina mea Agnes suam mihi tradidit portionem, hoc est quod trado sco Bon. in pago Masao iuxta flumen More, in villa nomine Blâcrige domum scilicet unam bonam cum casis et curte magna ac suis adiacentiis, et in alia villa Walaren pomerium, et pratum, et XI mansos et dimidium cum mancipiis supra sedentibus, et aliis numero XLVI. Ik Alberic uit de Maasgouw schenk aan St. Bonifatius de zaken die mijn vader Rudinc gaf, dat is het deel wat mijn heer Helgric en mijn vrouwe [meesteres] Agnes mij heeft geschonken, dit is wat ik schenk aan St. Bonifatius in de Maasgouw aan de rivier More, in het dorp genaamd Blerik namelijk één goed huis met hutten en een grote hof met wat daarbij gelegen is, en in een ander dorp Walaren een boomgaard, en een weide, en 11 verblijven en een halve met horigen die daar wonen, en een aantal van 46 anderen.
18 (119) Ego Albrih trado sco Bon. ad fuldense monasterium terrum pascualem quator boum in loco Ostanbretana cum ceteri rebus meis. Ik Albrih schenk aan St. Bonifatius van het klooster te Fulda weidegrond voor 4 runderen in de plaats Ostanbretana met overige spullen van mij.
19 (120) Ego Albricus trado sco Bon. bona mea in pago Federetgewe in villa Frisgana terram quam mihi tradidit mater mea, et in villa Donehusen unam aream cum VI mancipiis et prole eorum. Ik Albric schenk aan St. Bonifatius mijn goederen in de gouw Federetgewe, in het dorp Frisgana de grond die mijn moeder aan mij heeft geschonken, en in het dorp Donehusen één gebied met 6 horigen en hun kinderen.
20 (121) Ego Deodredus gratia dei comes trado ad scm Bon. partem hereditatis mee in villa que dicitur Antlida, terram XXX duorum pecorum pascualem. Et in alio loco in villa que dicitur Federwrt terram XXVIII pecudum pascualem. In tercio loco in villa que dicitur Creslinge X pecudum pascua. Et insuper terram arature sufficientem ad hec cum mancipiis et cultoribus agrorum XXX numero. Ik Deodred, graaf dankzij God, schenk aan St. Bonifatius een deel van mijn erfgoed in het dorp genaamd Den Andel, weidegrond voor 30 paren vee. En in een andere plaats in het dorp genaamd Federwrt weidegrond voor 28 schapen. In een derde plaats in het dorp genaamd Krassum een weiland voor 10 stuks vee. En bovendien voldoende landbouwgrond met horigen en een aantal van 30 landwerkers.
21 (122) Ego Reginmunt dono ad scm Bon. in fuldensi monasterio in pago Ostrahe in his V villis, id est: in Sibinwerde, in fatruwerde, in bintheim, in insula que dicitur Ambla et in villa Tunuwerde, quicquid proprietatis habeo, in terris, silvis, campis, aquis, domibus, edificiis. Similiter autem et in villa que dicitur Longonmor, unum servum nomine Tetilo cum uxore et filiis cum sua huba, et cum omni possessione sua. Ik Reginmunt geef aan St. Bonifatius in het klooster van Fulda in de gouw Oostergo in deze 5 dorpen, te weten: in Sibinwerde, in Ferwerd, in Bintheim, op het eiland genaamd Ameland en in het dorp Ternaard, al wat ik in bezit heb, aan landerijen, bossen, velden, wateren, huizen, gebouwen. Evenzo, maar in het dorp genaamd Longonmor, één slaaf genaamd Tetilo met vrouw en zonen met zijn hoeve, en met al zijn bezit.
22 (123) Ego Folcrih trado sco Bon. quicquid in locis istis hereditatis vel proprietatis habeo, id est: in Mure XX virgas de terra arabili, et in Kinheim et Trilant et Finfluze et in Sibenuurde pascua XIII boum, et in Tumfurte equalem portionem partis prioris id est in terris, silvis, pratis, aquis, domibus, edificiis, mancipiis. Ik Folcrih schenk aan St. Bonifatius al wat ik in deze plaatsen aan erfgoed of bezit heb, te weten: in Mure 20 roeden landbouwgrond, en in Kinheim en Trilant en Finfluze en in Sibenuurde een weiland voor 13 runderen, en in Ternaard eenzelfde deel als in het voorgaande dat is aan landerijen, bossen, weiden, wateren, huizen, gebouwen, horigen.
23 (124) Ego Angilmari tradidi sco Bon. ad sanctam Fuldam quicquid mihi in Leonspic lege hereditatis obvenit, in regione Fresonum, id est in terris, areis, pratis, campis, silvis, aquis, domibus et familiis. Ik Angilmar heb aan St. Bonifatius van St. Fulda geschonken al wat mij in Leonspich aan wettelijk erfgoed toekomt, in het gebied der Friezen, dat is aan landerijen, gebied, weiden, velden, bossen, wateren, huizen en inwoners.
24 (125) Ego Burgolf trado ad scm Bon. in villa widimuntheim quod emi predium a folcratebane, et in villa Lienesbach terram X hubarum quam Lubaldus habuerat ibi, et in Ganc VIIII hubarum terram quam habuerat Sosso, et in Westerkinloson quicquid hereditate possedi. Ik Burgolf schenk aan St. Bonifatius in het dorp Widimuntheim een stuk grond dat ik heb gekocht van Folcraban, en in het dorp Leonspich grond met 10 hoeven die Lubald hier had gehad, en in Ganc grond met 9 hoeven die Sosso had gehad, en in Westerkinloson al wat ik aan erfgoed bezat.
25 (126) Item idem Burgolf trad. sco Bon. hereditatem suam, quam sibi pater suus Antulf et mater sua [Wo]folcrid reliquerunt vel que ipse postea conquisivit totum et integrum in Fresia situm, in terris, silvis, pratis, domibus, edificiis, et mancipiis, in auro et argento, in hic locis: in Bogeheim et in Leonesbac et in witmuntheim, et in Horgana et aliis locis. Evenzo heeft Burgolf aan St. Bonifatius geschonken zijn erfgoed, wat hem zijn vader Antulf en zijn moeder Folcrid hebben nagelaten en wat hijzelf vervolgens heeft nagelaten, geheel en ongeschonden in Frisia gelegen, aan landerijen, bossen, weiden, huizen, gebouwen, en horigen, in goud en zilver, in deze plaatsen: in Bogeheim en in Leonspich en in Witmuntheim, en in Horgana en andere plaatsen.
26 (127) Ego Marquart et uxor mea Engilburc donamus ad scm Bon. in villa Folcmareshusen et in villa Tritidi et in villa Lutringespringen et in pago Lieron quicquid ibi habui in terris, campis, pratis, silvis, aquis, domibus, edificiis, mancipiis. Ik Marquart en mijn vrouw Engilburc, wij geven aan St. Bonifatius in het dorp Folcmareshusen en in het dorp Drütte en in het dorp Lüchtringen en in de gouw Leer al wat ik daar had aan landerijen, velden, weiden, bossen, wateren, huizen, gebouwen, horigen.
27 (130) Ego Wolfbraht de fresia tradidi ad scm Bon. bona mea in Richeim XV boum terram, et in baltratingen V iugera, in pago Osterihe IIII iugera cum mancipiis. Ik Wolfbraht van Frisia heb aan St. Bonifatius geschonken mijn goederen in Reitsum, voor 15 runderen grond, en in Baltratingen 5 morgen land, in de gouw Oostergo 4 morgen land met horigen.
28 (131) Ego engilmar de westerriche trado sco Bon. proprietates meas in villa Hitinkufe XXX boum terram. Ik Engilmar van Westergo schenk aan St. Bonifatius mijn bezittingen in het dorp Hindelopen, grond voor 30 runderen.
29 Volbraht et filius eius Isprant trad. sco Bon. bona sus in pago Ostroh in villa Baltremodorf terram X boum sicut apud illes mos dicendi est apud nos vero X iugera. Volbraht en zijn zoon Isprant hebben aan St. Bonifatius geschonken hun goederen in de gouw Oostergo in het dorp Baltremodorf, grond voor 10 runderen zoals bij hen de gewoonte is, bij ons is dit zeker 10 morgen land.
30 Ego altraban et mater mea Geiltrut trad. sco Bon. pratum unum ad XX carradas de feno et mancipia VI. Ik Altraban en mijn moeder Geiltrut schenken aan St. Bonifatius één weide goed voor 20 karrenvrachten hooi en 6 horigen.
  Iste sunt solutiones virorum in fresia qui censum solvere debent. Dit zijn betalingen van mannen in Frisia die belasting moeten betalen.
31 De possessione Gebes censum quem Nordalah comes et advocatus fresonum constituit, hoc est in Lanthusa villa XII den. et XX solidi; secundus census ad siceram emendam X den.; tercius census ad herbam solvendam XXX den., quod est apud Fresones rosbannare, id est ut equi commune pabulum habeant in prato post abscisionem feni; ab omnibus datur constitutus census; quartus census qui dicitur rutforst X denarii; Naschfelden de duobus unus census constitutus est qui census erit XXX, et bis X [quod erunt L den.]. Van het bezit van Gebe de belasting die Nordalah, graaf en advocaat van Frisia, heeft opgelegd, dit is in het dorp Lanthurst 12 penningen en 20 schellingen; de tweede belasting om bier te kopen 10 penningen; de derde belasting voor het gras te betalen 30 penningen, dat is in het Fries rosban, dat is voor het grazen van de paarden op de gezamenlijke weide na het maaien van het hooi; op alle giften is belasting vastgesteld; de vierde belasting genaamd rutforst [bedraagt] 10 penningen; in Naschfelden is tweemaal een enkele belasting opgelegd, die belasting bedraagt 30, en tweemaal 10 [dit maakt 50 penningen].
32 De possessione Gerwihi [ad] lantsture solvendam X den., ad siceram emendam X den., heribannum solvendum id est ad rosbannum XXX den., rutforstar X den.; hic census adhuc est. Van het bezit van Gerwih aan lantsture te betalen 10 penningen, om bier te kopen 10 penningen, heriban te betalen dat is aan rosban 30 penningen, rutforst 10 penningen; deze belasting is er nog.
33 De ministerio Luterichi VII pondera frumenti et duas uncias et X den. Van het ambacht van Luterich 7 pond graan en 2 ons en 10 penningen.
34 De ministerio einungi VIIII pondera frumenti et XXX denarii exceptis nascpendinge. Van het ambacht van Einung 9 pond graan en 30 penningen behalve de nascpendinge.
35 De possessione Hiltwini in secundo [anno] LXXV pallia. Van het bezit van Hiltwin in het tweede [jaar] 75 mantels.
36 De possessione gerwiches eodem anno VIII pondera et VIIII uncie et X denar. De possessione Gerwiches in tercio anno VIIII pondera et VIII uncie et X den. Van het bezit van Gerwich in hetzelfde jaar 8 pond en 9 ons en 10 penningen. Van het bezit van Gerwich in het derde jaar 9 pond en 8 ons en 10 penningen.
37 De possessione Gebes eodem anno XVI pondera et XV uncie. Van het bezit van Gebe in hetzelfde jaar 16 pond en 15 ons.
38 De possessione Engilmares XX pondera et XVIIII uncie. Van het bezit van Engilmar 20 pond en 19 ons.
39 De ministerio Lutegeres XX libre, X unciae et VI den. Van het ambacht van Luteger 20 pond, 10 ons en 6 penningen.
40 De ministerio Altoni X libre et XI uncie et V den. Van het ambacht van Alto 10 pond en 11 ons en 5 penningen.
41 De possessione Hiltrates LXXII pallia et XV libre et VIII uncie. In quinto anno de possessione Hiltrates LX pallia et III uncie et dimidia libra et VI den. Van het bezit van Hiltrat 72 mantels en 15 pond en 8 ons. In het vijfde jaar van het bezit van Hiltrat 60 mantels en 3 ons en een halve pond en 6 penningen.
42 De possessione Igmari LXXXIII pallia et XX uncie et secundo anno X uncie et XV denar. Van het bezit van Igmar 83 mantels en 20 ons en het tweede jaar 10 ons en 15 penningen.
43 De possessione Rutmanni LVIII pallia, XII uncie et VIIII denar et libre X lini. Van het bezit van Rutmann 58 mantels, 12 ons en 9 penningen en 10 pond linnen.
44 De possessione Ricgozi XLVII pallia, XX uncie et VI denari, et libre VI lini. Van het bezit van Ricgo 47 mantels, 20 ons en 6 penningen, en 6 pond linnen.
45 De possessione Wichohi C pallia, LX uncie et XX den., et XII libre lini vel lane. Van het bezit van Wicho 100 mantels, 60 ons en 20 penningen, en 12 pond linnen of wol.
46 De possessione Heroldi CC pallia, LXXX uncie et XL denarii, et XXX libre lini vel lane. Van het bezit van Herold 200 mantels, 80 ons en 40 penningen, en 30 pond linnen of wol.
47 De possessione Angeri CXX pallia, LX uncie, XX den., libre lini vel lane XV. Van het bezit van Anger 120 mantels, 60 ons, 20 penningen, 15 pond linnen of wol.
48 De possessione Richari XL pallia, XX uncie, X den., libre VII. Isti omnes sub se habentes sunt alius XXX, alius XL, alius LX hubas et possessiones, et ideo pro his omnibus reddunt constitutum censum sco Bon. Van het bezit van Richar 40 mantels, 20 ons, 10 penningen, 7 pond. Dit is alles wat hij onder zich heeft: het zijn 30 anderen, 40 anderen, 60 andere hoeven en bezittingen, en daarom voor dit alles geven zij de opgelegde belasting terug aan St. Bonifatius.
     
49 Ego Folcmar de fresia tradidi ad scm Bon. in villa Lintarwrde terram pascualem sex boum. Ik Folcmar van Fresia heb aan St. Bonifatius in het dorp Lintarwrde weidegrond voor zes runderen geschonken.
50 Ego Fridurint donavi et tradidi sco Bon. in fuldensi monasterio in villa Gottincheim quicquid ibi proprietatis habui in pratis, agris, silvis, domibus. Ik Fridurint heb gegeven en geschonken aan St. Bonifatius in het klooster van Fulda in het dorp Gottincheim al wat ik daar in bezit had aan weiden, akkers, bossen, huizen.
51 Ego Igger tradidi sco Bon. partem heredidatis mee terram videlicet pascualem pecoribus XVI idem tantum prati quantum sufficiat XV bubus vel XV animalibus per hiemem cum feno pasci quod potest computatri ad XV carradas. Ik Igger heb aan St. Bonifatius een deel van mijn erfgoed geschonken namelijk weidegrond voor 16 stuks vee, even zoveel weiden een hoeveelheid die volstaat voor 15 runderen of 15 dieren voor de winter, met voederhooi dat kan worden berekend op 15 karrenvrachten.
52 Ego Friderih tradidi ad scm Bonif. terram pascualem XV pecoribus, et in Rochingere marcha terram pascualem VIIII pecoribus vel carradas XII. Ik Friderih heb aan St. Bonifatius weidegrond voor 15 stuks vee geschonken, en in de mark Rochingere weidegrond voor 9 stuks vee of goed voor 12 karrenvrachten.
53 Fridehart trad. sco Bon. terram pascualem quinquaginta V pecoribus pascendis per hiemem. Fridehart heeft aan St. Bonifatius geschonken weidegrond om 5 kuddes van elk vijftig stuks vee in de winter te voeden.
54 Dithart tradidit sco Bon. in colle dicitur Osterihe […]. Dithart heeft aan St. Bonifatius geschonken op de heuvel genaamd Osterihe […].
55 Ramolt tradid. sco Bon. terram VII boum in villa Waltheim. Ramolt heeft aan St. Bonifatius grond voor 7 runderen in het dorp Waltheim geschonken.
56 Dithart trad. sco Bon. de terra pascuali C pecoribus. Dithart heeft aan St. Bonifatius weidegrond voor 100 stuks vee geschonken.
57 Ego Hiltrih trad. sco Bon. terram pascualem XL pecoribus in loco qui dicitur Mereheim cum ceteris appendiciis. Ik Hiltrih heb aan St. Bonifatius geschonken weidegrond voor 40 stuks vee in de plaats genaamd Marrum met overig toebehoren.
58 Ego Appo et uxor mea Althilt trad. sco Bon. substantiam meam quam in loco fresonum acquisivi. Ik Appo en mijn vrouw Althilt, wij hebben aan St. Bonifatius geschonken mijn vermogen dat ik in de Friese plaats verworven heb.
59 Alberih de fresia tradidit sco Bon. quicquid habuit in australi parte fluminis qui dicitur Mardunga usque ad terminum ville Hindalop. Alberih van Frisia heeft aan St. Bonifatius geschonken al wat hij had ten zuiden van de rivier genaamd Mardunga tot aan de grens van het dorp Hindelopen.
60 Reginhart de fresia trad. sco Bon. bona sua in Colleheim XVI boum terram. In tununfurt trium boum terram. In Lanfurt unius bouis terram. In Wacheringe unius. In feterwrde unius. In amblum unius. Reginhart van Frisia heeft aan St. Bonifatius geschonken zijn goederen in Kollum, voor 16 runderen grond. In Ternaard voor drie runderen grond. In Laard voor één rund grond. In Waaksens voor één. In Ferwerd voor één. Op Ameland voor één.
61 Item Reginhart trad. sco Bon. in pago Osterriche in villa nuncupata Metwid terram XII boum. Et in alia villa que dicitur Ringesheim terram unius bovis et in villa tercia que vocatur Echmari terram duorum boum et dimidium. Evenzo heeft Reginhart aan St. Bonifatius geschonken in de gouw Oostergo in het dorp genaamd Groot Meddert grond voor 12 runderen. En in een ander dorp genaamd Rinsumageest grond voor één rund en in het derde dorp genaamd Echmari grond voor anderhalf paar runderen.
62 Gerhart de fresia trad. sco Bon. in villa Pevesheim in pago emergewe de terra arature VII pedes in latum et CCC in longum et de pratis et pascuis similiter et I mancipium. Gerhart van Frisia heeft aan St. Bonifatius geschonken in het dorp Pewsum in de Eemsgouw landbouwgrond 7 voet breed en 300 lang en evenzo weiden en grasland en 1 horige.
63 (75) Ego folclint tradidi sco Bon. quicquid intra fresonum proprietatis habeo, in wiron et leonesbah in pratis, silvis, domibus, edificiis, aquis, mancipiis. Ik Folclint heb aan St. Bonifatius geschonken al wat ik in Frisia in bezit heb, op Wieringen en Leonspich aan weiden, bossen, huizen, gebouwen, wateren, horigen.
64 Albrih trad. sco Bon. terram hereditatis sue quatuor virgas et duos pedes et unum wrthaccher, V virgarum et III pedum et prata ad XV vaccas et dimidiam pascualem. Albrih heeft aan St. Bonifatius geschonken zijn erfgrond: vier roeden en twee voet en één wrthaccher van 5 roeden en 3 voet en een weide voor 15 koeien en een half weiland.
65 In comitatu copponis traditum est sco Bon. due virge in villa que dicitur Cuppargent quas Eisbern tradidit et frater eius Altbern ad censum XXXIIII denariorum accepit. In het graafschap van Coppo is geschonken aan St. Bonifatius twee roeden in het dorp genaamd Cuppargent wat Eisbern heeft geschonken en zijn broer Altbern aan belasting heeft ontvangen: 34 penningen.
66 Albricus trad. in damhusen virgam unam in duobus locis et in vtheim VII pedes. Albricus heeft in Damhusen geschonken één roede in twee plaatsen en in Vtheim 7 voet.
67 Adalhart trad. dimidiam partem mensure unius. In Englide in merinidorbe quod gilo tradidit, totum et integrum quod pater suus in eum hereditavit et quod pater eius trad. in villa que dicitur Abblechen unam virgam et duos pedes in wincredea virgam. Adalhart heeft de helft van één maat geschonken. In Englide in Merinidorbe wat Gilo heeft geschonken, geheel en ongeschonden wat zijn vader aan hem heeft nagelaten en wat zijn vader schonk in het dorp genaamd Abblechen één roede en twee voet, in Wincredea een roede.
68 In comitatu wiccingi Folcrih tradidit tres pedes in villa que dicitur Hura et mater eius debet inde ad censum annuum tres untias [uncias?]. In het graafschap van Wiccing heeft Folcrih drie voet in het dorp genaamd Hura geschonken en zijn moeder is daar aan jaarlijkse belasting drie ons schuldig.
69 Adalger trad. in mermendorf XX pedes terrae arabilis in latum et CCC in longum et prata ad sexaginte carradas. Adalger heeft in Mermendorf geschonken 20 voet landbouwgrond in de breedte en 300 in de lengte en weiden goed voor 60 karrenvrachten.
70 Ego Folcrip trad. sco Bon. in Sibunfurte et in Tundwerde tam terris quam silvis, pratis, pascuis, domibus, edificiis, mancipiis quicquid proprietatis habui in hereditate. Ik Folcrip schenk aan St. Bonifatius in Sibunfurte en in Ternaard zowel landerijen als bossen, weiden, grasland, huizen, gebouwen, horigen, al wat ik in bezit had aan erfgoed.
71 (81) Ego Reginhart et Meginbraht tradimus ad scm Bon. in villa que vocatur Langenhouh terram XI pedum quod est in pago emisgowe. Ik Reginhart en Meginbraht, wij schenken aan St. Bonifatius in het dorp genaamd Langenhouh 11 voet grond, dat is in de gouw Eemsgouw.
72 (82) Ego dithgilt tradidi ad scm Bon. in pago Ostrache in villa nuncupata bonfurt terram X boum et quamdiu vivam censum VI unciarum inde persolvam vel XX pallia. Ik Dithgilt heb aan St. Bonifatius geschonken in de gouw Oostergo in het dorp genaamd Bonewirt grond voor 10 runderen, en zolang ik leef zal ik daar aan belasting 6 ons of 20 mantels betalen.
73 (83) Ego Folcwar dedi sco Bon. terram XII boum infra terminos ville westerbure quod est in pago westrahe. Ik Folcwar heb St. Bonifatius gegeven grond voor 12 runderen binnen de grenzen van het dorp Westerbure dat is in de gouw Westergo.
74 (86) Gerhart comes trad. sco Bon. in pago westeriche in loco qui dicitur Hasalon talem terram qualem ipse in eodem loco habuit in censum duarum unciarum. Graaf Gerhart heeft aan St. Bonifatius geschonken in de gouw Westergo in de plaats genaamd Hieslum die grond die hijzelf in diezelfde plaats had, aan belasting twee ons.
75 (63) Folclint trad. sco Bon. pro anima matris et sororis sue quicquid infra [intra?] Fresonum proprietatis habuit in villa wireon et in Leompich, hoc est domibus, edificiis, campis, pratis, pascuis, aquis, silvis, cum XII mancipiis, ad censum VI solidorum. Folclint heeft aan St. Bonifatius geschonken voor de ziel van haar moeder en zuster al wat ze in Frisia in bezit had in het dorp Wieringen en in Leonspich, dat zijn huizen, gebouwen, velden, weiden, grasland, wateren, bossen, met 12 horigen, aan belasting 6 schellingen.
76 Ego wulpolt et Alptag et folcwar donavimus ad scm Bon. quicquid Otger fr. nr. nobis in hereditate dimisit in Hasulun quod est in pago Westerache in villa Huron terram XX boum et quicquid ibidem in edificiis et in domibus habui ut singulis annis libram argenti inde persolvam. Ik Wulpolt en Alptag en Folcwar hebben geschonken aan St. Bonifatius al wat Otger onze [nr.?] broer aan erfgoed heeft nagelaten in Hieslum dat is in de gouw Westergo in het dorp Huron grond voor 20 runderen en al wat ik in diezelfde plaats had aan gebouwen en aan huizen, per enkel jaar zal ik daar een pond zilver betalen.
77 Ego [v]odalwih cum tribus sororibus meis tradimus sco Bon. dimidiam partem proprietatis nostre in villa que dicitur walahheim ut per singulos annos unaquaeque nostrum IIII uncias ad censum reddat hoc est simul libram unam et dimidium. Ik Odalwih met drie zusters van mij, wij schenken aan St. Bonifatius het halve deel van ons bezit in het dorp genaamd Walahheim waar per enkel jaar elk van ons 4 ons aan belasting terug geve, dat is gelijk aan één pond en een half.
78 Ego in dei nomine Imma dono et trado ad scm Bon. hereditatem meam terram IIII boum in pago westrahe in loco et villa que dicitur stelle ut per singulos annos VIIII uncia reddam. Ik in Godes naam Imma geef en schenk aan St. Bonifatius mijn erfgoed: grond voor 4 runderen in de gouw Westergo in de plaats en het dorp genaamd Stelle waar ik per enkel jaar 9 ons terug zal geven.
79 Ego Engelram et Rabeninc et Diotwar tradimus ad scm Bon. proprietates nostras in pago Ostrahe in villa Mereheim terram IIII boum cum omnibus sibi attinentibus pratis, pascuis, silvis, domibus et familiis. Ik Engelram en Rabeninc en Diotwar, wij schenken aan St. Bonifatius onze bezittingen in de gouw Oostergo in het dorp Marrum: grond voor 4 runderen met alles wat daaraan grenst, weiden, grasland, bossen, huizen en inwoners.
80 Ego Marcuart et uppo tradimus ad scm. Bon. bona nostra que habemus in pago Kilingo Huntari in villa Merheim terram VII boum et dimidiam partem terre unius. Similiter tradimus in pago Tokingen in villa Orlinguerba duorem boum terram et duas partes terre bovis unius ad censum statutum per singulos annos persolvendum ad monasterium sci Bon. in fulda. Ik Marcuart en Uppo, wij schenken aan St. Bonifatius onze goederen die we hebben in de gouw Kilingo Huntari in het dorp Marrum: grond voor 7 runderen en de helft van de grond voor één. Evenzo schenken we in de gouw Dokkum in het dorp Orlinguerba grond voor twee runderen en twee delen grond voor één rund, aan belasting het vastgestelde per enkel jaar te betalen aan het klooster van St. Bonifatius in Fulda.
81 (71) Ego Reginhart et megenbraht tradimus ad scm Bon. in villa que vocatur langenhoh terram XI pedum quod est in pago Emisgewe cum ceteris que habuimus. Ik Reginhart en Megenbraht, wij schenken aan St. Bonifatius in het dorp genaamd Langenhoh 11 voet grond, dat is in de gouw Eemsgouw met het overige wat we hadden.
82 (72) Ego Diethilt trado ad scm Bon. hereditatem meam in villa nuncupata Bonewirt terram X boum ad censum IIII unciarum per annum. Ik Diethilt schenk aan St. Bonifatius mijn erfgoed in het dorp genaamd Bonewirt: grond voor 10 runderen, aan belasting 4 ons per jaar.
83 (73) Ego Folcwar de fresia dono ad scm Bon. terram XII pecorum infra terminos ville westerburge que est in pago westariche ad censum statutum per annum. Ik Folcwar van Frisia geef aan St. Bonifatius grond voor 12 stuks vee binnen de grenzen van het dorp Westerburg, dat is in de gouw Westergo, aan belasting het vastgestelde per jaar.
84 Ego Dietwich trado ad scm Bon. quicquid proprietatis habeo in auro et argento et cetris pecuniis agris, pratis, silvis, domibus, familiis. Ik Dietwich schenk aan St. Bonifatius al wat ik in bezit heb aan goud en zilver en overig geld, akkers, weiden, bossen, huizen, inwoners.
85 Ego Erlolf et coniux mea [v]odalwih tradimus ad scm Bon. unum servum in villa Gandingen nomine Nouat cum uxore sua et liberis et omni substantia. Ik Erlolf en mijn vrouw Odalwih, wij schenken aan St. Bonifatius in het dorp Gandingen één slaaf genaamd Nouat met diens vrouw en kroost en alle toebehoren.
86 (74) Ego Gerhart comes dono sco Bon. in pago westrahe in loco qui dicitur Hasalon id est terram et proprietatem qualem ipse in eodem habui loco. Ik graaf Gerhart geef aan St. Bonifatius in de gouw Westergo in de plaats genaamd Hieslum dat is grond en bezit dat ikzelf had in diezelfde plaats.
87 Ego Wolfhelm trado ad scm Bon. in pago Tockingen in villa Tippencheim XX boum terram et in Tunenwrt X boum terram cum ariolis suis. Ik Wolfhelm schenk aan St. Bonifatius in de gouw Dokkum in het dorp Tibma grond voor 20 runderen en in Ternaard grond voor 10 runderen met bijbehorende perken.
88 Ego Rudolf trado ad scm Bon. in provincia Fresonum in villa que dicitur waltheim que constructa est in pago Ostrache terram XII boum et quicquid in terminis eiusdem ville habere potui. Ik Rudolf schenk aan St. Bonifatius in de Friese provincie in het dorp genaamd Waltheim wat gebouwd is in de gouw Oostergo grond voor 12 runderen en al wat ik binnen de grenzen van datzelfde dorp kon hebben.
89 Ego ditmar trado ad scm Bon. in pago Hunergewe in regione fresonum in villa Mitilistenheim et in Hustinga terram XII boum cum ceteris rebus meis et familiis. Ik Ditmar schenk aan St. Bonifatius in de gouw Hunzego in het gebied der Friezen in het dorp Middelstum en in Huizinge grond voor 12 runderen met overige spullen van mij en inwoners.
90 Ego Bruninc trado sco Bon. in regione Fresonum quicquid habui in villa que dicitur Sahsingenheim terre unam virgam et V pedes. Ik Bruninc schenk aan St. Bonifatius in het gebied der Friezen al wat ik had in het dorp genaamd Saaksum, één roede en 5 voet grond.
91 Ego Orbalt prbr. Ratbraht et Liuteger fratres mei donavimus ad scm Bon. in fuldensi monasterio in pago wertingewe in villa que dicitur Astolfesheim partem pratorum quod lingua nostra dicitur Mada quantum una die a X viris meti poterit. Ik priester Orbalt en mijn broers Ratbraht en Liuteger hebben gegeven aan St. Bonifatius in het klooster van Fulda in de gouw Wertingewe in het dorp genaamd Astolfesheim het deel van de weiden wat in onze taal Mada heet, zoveel als in één dag 10 mannen kunnen oogsten.
92 Ego in dei nomine Lutehart dono et trado ad scm Bon. in fuldensi monasterio quicquid proprie hereditatis visus sum habere in villa Osterhusen quod est in pago Lacharenorum totum et integrum trado. Traditumque in perpetuum esse volo, simul cum domibus, edificiis, campis, agris, silvis, pratis, pascuis, aquis, aquarum decursibus, mancipiis. Ik in Godes naam Lutehart geef en schenk aan St. Bonifatius in het klooster van Fulda al wat ik officieel heb aan erfelijk bezit in het dorp Osterhusen dat is in de gouw Lacharenorum, geheel en ongeschonden schenk ik. Dat het geschonken zal zijn voor altijd is wat ik wil, tegelijk met huizen, gebouwen, velden, akkers, bossen, weiden, grasland, wateren, stromende wateren, horigen.
93 Ego in dei nomine Bubo de Fresia dono atque trado sco Bon.ad fuldense monasterium in pago Ostrache in marcha Runwerde quinque boum terram quam mihi Helmsuint manu sua in hereditatem contradidit cum ceteris bonis ad hoc pertinentibus et familiis. Ik in Godes naam Bubo de Fresia geef en schenk aan St. Bonifatius van het klooster te Fulda in de gouw Oostergo in de mark Runwerde grond voor 5 runderen die Helmsuint mij eigenhandig als erfgoed overgedragen heeft, met overige goederen hierbij toebehoren en inwoners.
94 Ego in dei nomine Ratolt de fresia trado deo et sco Bon. quicquid mihi meitpri pater meus iuste et legaliter cum ceteris bonis in hereditatem contradidit in pago Tyesle in villis quarem sunt Langenmore, Witmuntheim, Kynlosen, Bretenheim et in Thyeslemore. Similiter quippe trado quicquid ex paterna hereditate visus fui habere et possidere in villa que dicitur Lantohi totum et integrum et mancipia numero XVIII. Ik in Godes naam Ratolt van Frisia schenk aan God en St. Bonifatius al wat mijn vader mij juist en rechtmatig met overige goederen als erfgoed heeft overgedragen in de gouw Texel in de dorpen die daar zijn Langenmore, Witmuntheim, Kynlosen, Bretenheim en in Thyeslemore. Evenzo immers schenk ik alles uit mijn vaders erfgoed dat ik officieel had en bezat in het dorp genaamd Landei, geheel en ongeschonden, en een aantal van 18 horigen.
95 Ego in dei nomine Sigerap de Fresia dono atque trado ad scm Bon. qui in fuldensi pausat monasterio decem boum terram in pago Tochingen in villa que dicitur dipbingheim. Ik in Godes naam Sigerap van Frisia geef en schenk aan St. Bonifatius die in het klooster van Fulda begraven is grond voor 10 runderen in de gouw Dokkum in het dorp genaamd Tibma.
96 Ego brunihilt cognomento Tettla de regione frosonum tradidi sco Bon. ad fuldense monasterium in pago Tyelle quartam partem paterne proprietatis totum et integrum trado deo et sco martyri Bon. traditumque in perpetuum esse volo, terram, silvam, agres, domos et familias in his septem villis hoc est in Lanthoy et in Langenmore sive in Ostmore et in bretenmore et in witmuntheim et in Tyeslemore et in kintloson et in gankchala. Ik Brunihilt bekend als Tettla uit het gebied der Friezen heb aan St. Bonifatius van het klooster te Fulda geschonken in de gouw Texel een vierde deel van mijn vaderlijk bezit; geheel en ongeschonden schenk ik aan God en de martelaar St. Bonifatius. Dat het geschonken zal zijn voor altijd is wat ik wil, grond, bos, akkers, huizen en inwoners in deze zeven dorpen, namelijk in Landei en in Langenmore ook in Ostmore en in Bretenmore en in Witmuntheim en in Tyeslemore en in Kintloson en in Gankchala.
97 Ego Ebberich tradidi sco Bon. ad fuldense monasterium in fresonum regione in villa federfurt terram VII boum. Ik Ebberich heb aan St. Bonifatius van het klooster te Fulda in het gebied der Friezen in het dorp Federfurt grond voor 7 runderen geschonken.
98 Ego in dei nomine Sigerep tradidi sco Bon. in pago Ostrache in villa que dicitur werba partem terre ad pabulum VI animalibus. Ik in Godes naam Sigerep heb aan St. Bonifatius geschonken in de gouw Oostergo in het dorp genaamd Werba een deel grond waarop 6 dieren kunnen grazen.
99 Ego Wipald trado sco Bon. in pago Federgewe in villa que dicitur Avinge terciam partem terre arature et quicquid mihi in hereditatem devenit. Ik Wipald schenk aan St. Bonifatius in de gouw Federgewe in het dorp genaamd Avinge een derde deel landbouwgrond en al wat mij als erfgoed is toegekomen.
100 Ego in dei nomine Reginbertus comes trado sco Bon. ad fuldense monasterium partem hereditatis mee in fresia in villa que dicitur Allen I pascua, XX pecorum et unam curtilem. Ik in Godes naam graaf Reginbert schenk aan St. Bonifatius van het klooster te Fulda een deel van mijn erfgoed in Frisia in het dorp genaamd Allen 1 weiland, 20 stuks vee en één hof.
101 Ego idem Reginbertus comes trado sco Bon. in villa Huchingen hubam unam cum omnibus appendiciis suis. Ik dezelfde graaf Reginbert schenk aan St. Bonifatius in het dorp Huchingen één hoeve met alle toebehoren.
102 Ego in dei nomine Sigitac trado sco Bon. in villa que dicitur Blintheim campum unum et dimidium pratum. Ik in Godes naam Sigitac schenk aan St. Bonifatius in het dorp genaamd Blintheim één veld en een halve weide.
103 Ego in dei nomine Reginbertus trado sco Bon. in villa que dicitur Heterheim in pago westriche terram quantam valet census XXIIII denariorum. Ik in Godes naam Reginbert schenk aan St. Bonifatius in het dorp genaamd Heterheim in de gouw Wesergo een stuk grond dat aan belasting 24 penningen waard is.
104 Ego in dei nomine Liutbrant trado sco Bon. in fresonum regione in villa que dicitur in Gaddingenheim terram VIIII boum ad censum VIIII solidorum statutam. Ik in Godes naam Liutbrant schenk aan St. Bonifatius in het gebied der Friezen in het dorp genaamd Tinallinge grond voor 9 runderen waarop aan belasting 9 schellingen is opgelegd.
105 (4) Ego Gebo trado ad monasterium sci Bon. in fresia in pago Wirensi unam curtilem cum omnibus appendiciis suis tam terris et agris et campis quam domibus et mancipiis. Ik Gebo schenk aan het klooster van St. Bonifatius in Frisia in de gouw Wieringen één hof met alle toebehoren, zowel landerijen als akkers en velden als huizen en horigen.
106 (5) Ego Gerwic de fresia trad. sco Bon. ad fuldense monasterium terram iuris mei iuxta fluvium Maresdeop et quicquid proprietatis habui sive in agris vel pratis, silvis, domibus vel mancipiis. Ik Gerwic van Frisia schenk aan St. Bonifatius van het klooster te Fulda de grond die rechtens van mij is bij de stroom het Marsdiep en al wat ik in bezit had, hetzij aan akkers of weiden, bossen, huizen of horigen.
107 (6) Ego in dei nomine Igolt de fresia trad. sco Bon. ad fuldense monasterium in pago Federgewe in marca Nortwaldo in villa Gelete terram VII pecudum cum ceteris appendiciis. Ik in Godes naam Igolt van Frisia schenk aan St. Bonifatius van het klooster te Fulda in de gouw Federgewe in de mark Nortwaldo in het dorp Gelete grond voor 7 schapen met overig toebehoren.
108 (7) Ego in dei nomine friesgart et due filie mee friduwih et friesburc et filius meus fridolf tradimus atque donamus sco Bon. ad fuldense monasterium quicquid in Citingemouelde proprium habere videmus in agris, pratis, silvis, domibus vel mancipiis. Ik in Godes naam Friesgart en twee dochters van mij Friduwih en Friesburc en mijn zoon Fridolf, wij schenken en geven aan St. Bonifatius van het klooster te Fulda al wat we in Citingemouelde officieel hebben aan eigendom, namelijk aan akkers, weiden, bossen, huizen of horigen.
109 (8) Ego in dei nomine Geltsuint trad. ad monasterium sci Bon. de feno in loco wictulfingefurt in pago waldahi ad XV carradas. Ik in Godes naam Geltsuint schenk aan het klooster van St. Bonifatius 15 karrenvrachten hooi in de plaats Wictulfingefurt in de gouw Wieringen.
110 (9) Ego in dei nomine Altfrit trado ad fuldense sci Bon. monasterium pro anima  patris mei Ratgerú portionem hereditatis mee in fresonum regione in villa que appellatur Sahsenheim quicquid ibidem habui, id est XX animalium terram et in Catuwrt XXIIII  animalium terram et mancipia XII cum suis rebus, et in Scuinvorst partem viredis et in friefurt XIIII animalium terram. Hanc traditionem pater meus fieri iussit sco Bon. Ik in Godes naam Altfrit schenk aan het klooster van St. Bonifatius in Fulda voor de ziel van mijn vader Ratger een deel van mijn erfgoed in het gebied der Friezen in het dorp genaamd Saaksum, al wat ik in diezelfde plaats had, dat is voor 20 dieren grond, en in Catuurt voor 24 dieren grond en 12 horigen met hun spullen, en in Scuinvorst een bloeiend deel, en in Friefurt voor 14 dieren grond. Deze schenking werd door mijn vader gedaan aan St. Bonifatius.
111 (10) Ego in dei nomine Esacha filia Avonis trado ad scm Bon. in insula Ganc terram XXIIII pecudum, in fardincheim terram X boum, ad censum duarum unciarum per singulos annos. Ik in Godes naam Esacha dochter van Avonis schenk aan St. Bonifatius op het eiland Ganc grond voor 24 schapen, in Firdgum grond voor 10 runderen, aan belasting twee ons per enkel jaar.
112 (11) Ego in dei nomine Isanbalt et uxor mea Sigibirn de fresia trad. ad scm Bon. in villa que dicitur Brochenlar, in pago wirah, quicquid proprietates habuimus, hoc est de terra arabili quantum XL modiis conseri potest. Ik, in Godes naam Isanbalt en mijn vrouw Sigibirn uit Friesland, wij schenken aan St. Bonifatius in de hofstede Brochenlar, in de gouw Wieringen, al wat wij aan bezittingen hadden, dat is aan landbouwgrond zoveel als er met 40 mud kan worden ingezaaid.
113 (12) Ego in dei nomine Ditmar trado ad scm Bon. terram iuris mei ad VIII animalia in villa que dicitur Sutdorst in pago meringa. Ik in Godes naam Ditmar schenk aan St. Bonifatius de grond die rechtens van mij is voor 8 dieren in het dorp genaamd Sutdorst in de gouw Meringa.
114 (13) Ego in dei nomine Hambert trado ad scm Bon. in fuldensem ecclesiam quicquid in fresonum regione parentes mei mihi reliquerunt in hereditatem legitimam sive in pratis, silvis vel campis, domibus seu mancipiis, et eorum rebus. Ik in Godes naam Hambert schenk aan St. Bonifatius in de kerk van Fulda al wat in het gebied der Friezen mijn ouders mij als wettig erfgoed hebben nagelaten, hetzij aan weiden, bossen of velden, huizen of horigen, en hun spullen.
115 (14) Ego Tetda trado sco Bon. ad fuldensem ecclesiam in provincia fresonie in his locis, id est: in gotolfheim in texalmore pascua pecudum XIII carradas, unde III uncie per singulos annos redduntur. Ik Tetda schenk aan St. Bonifatius van de kerk van Fulda in de Friese provincie in deze plaatsen, dat zijn: in Gotolfheim in Texalmore een weiland voor 13 schapen, karrenvrachten, vanwaar 3 ons per enkel jaar wordt teruggegeven.
116 (15) Ego Wolfraban trado ad scm Bon. in fuldensi monasterio in villa que dicitur waltheim terram V boum exinde due uncie solvuntur. Ik Wolfraban schenk aan St. Bonifatius in het klooster van Fulda in het dorp genaamd Waltheim grond voor 5 runderen, bovendien wordt 2 ons  betaald.
117 (16) Ego in dei nomine Gerbraht filius Ecci trado ad scm Bon. quicquid in terris silvis vel campis, domibus et familiis habere possum in Austmora in provincia Fresonum partem hereditatis mee. Ik in Godes naam Gerbraht zoon van Ecco schenk aan St. Bonifatius al wat ik aan landerijen, bossen of velden, huizen en inwoners kan hebben in Austmora in de Friese provincie een deel van mijn erfgoed.
118 (17) Ego in dei nomine Albericus filius Elisonis de provincia fresonum tradidi sco Bon. in fuldensi monasterio res et proprietates quas mihi tradiderunt fratres mei in portionem et domina mea Agnes suam mihi tradidit hereditatem iuxta flumen Mesa dimidium mansum et in alia villa XI prata et dimidium mansum. Ik in Godes naam Alberic zoon van Eliso uit de Friese provincie heb geschonken aan St. Bonifatius in het klooster van Fulda zaken en bezittingen die voor een deel mijn broers mij geschonken hebben en die mijn vrouwe [meesteres] Agnes mij heeft geschonken als erfgoed: aan de rivier de Maas een half verblijf en in een ander dorp 11 weiden en een half verblijf.
119 (18) Ego in dei nomine Alberic dono sco Bon. terram pascualem IIII boum in loco Ostanbretana unciam I per singulos annos solventem. Ik in Godes naam Alberic geef St. Bonifatius weidegrond voor 4 runderen in de plaats Ostanbretana, 1 ons per enkel jaar opbrengend.
120 (19) Ego in dei nomine Wilo trado sco Bon. in fuldensi monasterio in pago federatgewe et in villa frisgana terram quam mihi hereditavit pater meus cum mancipiis XVII et in villa duonhusen aream unam cum suis appendiciis. Ik in Godes naam Wilo schenk aan St. Bonifatius in het klooster van Fulda in de gouw Federatgewe en in het dorp Frisgana grond die mijn vader aan mij heeft nagelaten met 17 horigen, en in het dorp Duonhusen één gebied met toebehoren.
121 (20) Ego ditericus gratia dei comes tradidi beato Bon. in fuldensi monasterio partem hereditatis mee in fresonum provincia in villa Debora, et alia villa que dicitur Antlida XXX duoram boum pascua, et in alio loco in villa que dicitur federfurt XXVIII, et in tercio loco in villa que dicitur Creslinge decem pecorum pascua cum ceteris utilitatibus ubique locorum dispositis ut de his omnibus singulis annis una libra argenti sco Bon. in memeoriam mei solvatur. Ik Diteric graaf dankzij God heb geschonken aan de zalige Bonifatius in het klooster van Fulda een deel van mijn erfgoed in de Friese provincie in het dorp Debora, en verder het dorp genaamd Den Andel een weiland voor 30 paren runderen, en in een andere plaats in het dorp genaamd Federfurt [een weiland voor] 28 [paren runderen], en in een derde plaats in het dorp genaamd Krassum een weiland voor 10 stuks vee met overige gebruikvoorwerpen op welke plek dan ook neergezet, waar voor dit alles per enkel jaar één pond zilver wordt betaald aan St. Bonifatius ter nagedachtenis aan mij.
122 (21) Ego Reginmunt de fresia dono sco Bon. in fuldensi monasterio bona mea que sita sunt in insula que dicitur Ambla et in villa Tunwerde quicquid proprietatis habui id est in terris, campis, pascuis, pratis, silvis, aquis, domibus, edificiis, mancipiis. Ik Reginmunt van Frisia geef St. Bonifatius in het klooster van Fulda mijn goederen die gelegen zijn op het eiland genaamd Ameland en in het dorp Ternaard al wat ik in bezit had, dit is aan landerijen, velden, grasland, weiden, bossen, wateren, huizen, gebouwen, horigen.
123 (22) Folcrih de fresia trad. sco Bon. quicquid proprietatis habuit, hoc est in Muôre XX virgas de terra arabili, et in kinheim Trilant et finfluzu et in sibinfurte pascua XIII boum, et in tunfurte equalem portionem fratris mei Reginmuntes in terris, silvis, campis, pascuis, aquis, domibus, edificiis, mancipiis XII et eorum filiis. Folcrih van Frisia heeft aan St. Bonifatius geschonken al wat hij in bezit had, dat is in Muôre 20 roeden landbouwgrond, en in Kinheim Trilant en Finfluzu en in Sibinfurte een weiland voor 13 runderen, en in Ternaard eenzelfde deel van mijn broer Reginmunt aan landerijen, bossen, velden, grasland, wateren, huizen, gebouwen, 12 horigen en hun zonen.
124 (23) Ego Hangil de fresia trado ad scm Bon. quicquid mihi in leimspih lege hereditatis obvenit sive in agris vel in pratis, pascuis, silvis, domibus ac mancipiis. Ik Hangil van Frisia schenk aan St. Bonifatius al wat mij in Leonspich aan wettelijk erfgoed is toegekomen, hetzij aan akkers of aan weiden, grasland, bossen, huizen en horigen.
125 (24) Burgolf de fresia trad. sco Bon. bona sua in villa witemuntheim, que emit a folcrabano et coniuge eius terram decem boum, et in Ganc terram VIIII boum, et in Westerkinlosun quicquid hereditatis habuit, ut per singulos annos decem solidi inde solvantur. Burgolf van Frisia heeft aan St. Bonifatius geschonken zijn goederen in het dorp Witemuntheim, die hij heeft gekocht van Folcraban en zijn vrouw: grond voor 10 runderen, en in Ganc grond voor 9 runderen, en in Westerkinlosun al wat hij aan erfgoed had, waar per enkel jaar 10 schellingen daar wordt betaald.
126 (25) Item ego Burgolf tradidi sco Bon. bona mea et quicquid pater meus Antulf mihi in hereditate dimisit in omnibus et per omnia in pratis, pascuis, campis, silvis, domibus, mancipiis. Evenzo heb ik Burgolf aan St. Bonifatius geschonken mijn goederen en al wat mijn vader Antulf mij als erfgoed heeft overgedragen in alles en voor allen aan weiden, grasland, velden, bossen, huizen, horigen.
127 (26) Ego marcuart et uxor mea engilburch trad. sco Bon. in fuldensi monasterio in villa folcmareshusen et in villa Tritidi et in villa Lutringespringen et in pago Lieren quicquid proprietatis habui in agris, pratis, domibus, silvis, familiis et prolibus earum. Ik Marcuart en mijn vrouw Engilburch,  wij schenken aan St. Bonifatius in het klooster van Fulda in het dorp Folcmareshusen en in het dorp Drütte en in het dorp Lüchtringen en in de gouw Leer al wat ik in bezit had aan akkers, weiden, huizen, bossen, inwoners en hun kinderen.
128 Ego in dei nomino Nohtleib pro remedio anime mee et Lutgarde uxoris mee tradidi sco Bon. in fuldensi monasterio in pago Tochkingen in villa Waltheim terram XII boum et insuper quicquid proprietatis habui una cum domibus edificiis et mancipiis. Ik in Godes naam Nohtleib heb voor de redding van de ziel van mij en Lutgarde mijn vrouw geschonken aan St. Bonifatius in het klooster van Fulda in de gouw Dokkum in het dorp Waltheim grond voor 12 runderen en bovendien al wat ik in bezit had, één […?] met huizen, gebouwen en horigen.
129 Ego in dei nomine wôlf, wartgis et munturfi éntigis tradimus ad scm Bon, ad fuldense monasterium in colleheîm XV boum terram, in Entides et in heîmes similiter. Ik in Godes naam Wolf, Wartgis en Munturfi Entigis, wij schenken aan St. Bonifatius, van het klooster te Fulda in Kollum grond voor 15 runderen, in Entides en in Heîmes hetzelfde.
130 (27) Ego wolfbraht et Giso et muntwrfi entigis in pago fresonum tradimus ad scm Bon. in Reisheim XV boum terram, et in baldratinge V boum terram in pago Ostrahe quicquid proprietatis habui in terris, agris, pratis, mancipiis, domibus et familiis. Ik Wolfbraht en Giso en Muntwrfi Entigis, wij schenken aan St. Bonifatius in de Friese gouw in Reitsum grond voor 15 runderen, en in Baldratinge grond voor 5 runderen,  in de gouw Ostrahe al wat ik in bezit had aan landerijen, akkers, weiden, horigen, huizen en inwoners.
131 (28) Ego Engelmar et Goltgart uxor mea tradimus ad scm Bon. in fuldensi monasterio in pago Westrahe in villa Hintinluofe XXX boum terram cum XVI mancipiis. Ik Engelmar en Goltgart mijn vrouw, wij schenken aan St. Bonifatius in het klooster van Fulda in de gouw Westrahe in het dorp Hindelopen grond voor 30 runderen met 16 horigen.

Nederlandse Middeleeuwse Bronnen - Start Pagina