Nederlandse Middeleeuwse Bronnen
Bezittingen van Fulda in Frisia
Codex Eberhardi

De St. Bonifatius abdij in Fulda had in de vroege Middeleeuwen veel grond in bezit in Frisia. Schenkingen van landerijen werden opgetekend in oorkonden, die in de abdij werden bewaard. De meeste van die oorkonden zijn verloren gegaan, maar gelukkig beschikken we nog over de Codex Eberhardi (ook bekend onder de naam Traditiones Fuldenses): een uittreksel van de 9e-eeuwse cartularia, gemaakt tussen 1150 en 1158 door de monnik Eberhard van Fulda.
De Codex Eberhardi bevat gegevens over Duitsland en Frisia. Deze webpagina's presenteren het Friese gedeelte van de Codex Eberhardi: oorkonden die oorpronkelijk waarschijnlijk tussen de jaren 802 en 875 zijn opgetekend, en die betrekking hebben op bezittingen, schenkingen en belastingen in Frisia.

De Friese lijst bestaat uit drie delen. Het eerste deel (excerpten 1 t/m 30) beschrijft schenkingen van grond aan de abdij in Fulda. Het tweede deel (excerpten 31 t/m 48) beschrijft belastingen die door Friezen betaald moesten worden aan de abdij. Tenslotte (vanaf excerpt 49) noemt de lijst weer schenkingen, waarbij enkele van de excerpten uit het eerste deel herhaald worden, in min of meer dezelfde bewoordingen. Die herhalingen duiden erop dat Eberhard niet heel erg zorgvuldig was. Misschien werkte hij met twee 'originelen' zonder dit in de gaten te hebben. Het is onduidelijk welke van de twee versies de meest authentieke is. Sommige plaats- en persoonsnamen werden door Eberhard 'verhochdeutscht'. Verder leek hij er een sport van te maken om eenzelfde naam, als die meermalen voorkwam, op zoveel mogelijk verschillende manieren te spellen. Ondanks dit alles is de lijst een boeiende bron voor het vroeg-middeleeuwse Frisia.

De lijst geeft tal van persoonsnamen en geografische namen. Deze zijn hier in aparte lijsten weergegeven.
De geregistreerde persoonsnamen zijn zonder uitzondering Germaans: namen van bijbelse of andere oorsprong kwamen in Frisia niet voor, in de 9e eeuw. Achternamen waren zeldzaam, en meestal niet anders dan 'de Fresia'.
De locaties waar Fulda bezittingen had lagen vrijwel allemaal in het noorden van Frisia: de huidige provincies Groningen en Friesland, en de kop van Noord-Holland. De lijst noemt ook enkele bezittingen langs de Maas in Limburg.

Uit de manier waarop de schenkingen en belastingen worden omschreven, blijkt dat veeteelt voor de Friezen van groot belang was. De grootte van landerijen wordt vaak aangegeven aan de hand van het aantal dieren dat er kon grazen. Meestal worden runderen genoemd, maar ook paarden, schapen, en kleiner vee. Landbouw werd ook bedreven, gezien de frequente schenking van akkers. Visvangst wordt in de Codex Eberhardi niet vermeld. De goederenlijst van Sint Maarten, uit ongeveer dezelfde tijd, spreekt wel over visrechten in de rivieren.
De schenking van bossen staat vaak vermeld in de Codex Eberhardi. Het wordt daarbij niet duidelijk of die bossen dienden als houtvesterijen en/of dat er werd gejaagd op wild.
De befaamde Friese mantels werden gebruikt als betaalmiddel, om belasting te voldoen. Daarnaast werd belasting ook voldaan met onbewerkte wol en ook linnen, en natuurlijk met zilvergeld.

Bronnen
Dronke, Traditiones et Antiquitates Fuldenses, 1844.
Halbertsma, Frieslands oudheid, 2000, pag. 187.

Volgende pagina's over de Codex Eberhardi:
Tekst - de volledige tekst in het Latijn en vertaald in het Nederlands,
Geografisch - Friese plaatsnamen in de lijst,
Personen - Friese persoonsnamen in de lijst,
Afbeeldingen - de eerste twee pagina's van Eberhard's handschrift.

Nederlandse Middeleeuwse Bronnen - Start Pagina